Structureel aanbod
Om het valrisico te beperken, is het essentieel dat senioren blijven bewegen. Erkende valpreventieve beweeginterventies duren doorgaans ongeveer twaalf weken. Omdat de positieve effecten – zoals verbeterde balans, beter functioneren en toegenomen spierkracht – na afloop van een valpreventieve beweeginterventie snel kunnen afnemen, is het belangrijk dat senioren ook daarna actief blijven en hun beweegoefeningen voortzetten.
Ook voor senioren met een laag valrisico blijft voldoende bewegen van groot belang. Door hun mobiliteit en kracht op peil te houden, verkleinen zij de kans dat hun valrisico in de toekomst toeneemt. In de praktijk blijkt echter dat voldoende en divers bewegen en een actieve levensstijl voor veel senioren niet vanzelfsprekend zijn. Deelname aan passend en structureel beweegaanbod ondersteunt hen om op een veilige en verantwoorde manier voldoende te blijven bewegen.
Hoe wordt passend en structureel sport- en beweegaanbod uitgevoerd?
Aansluiten op wensen en mogelijkheden senioren
Hoe senioren gemotiveerd worden om te gaan én te blijven bewegen verschilt sterk. Voor een groot deel van de senioren is bijvoorbeeld het sociale aspect van een groepsactiviteit een belangrijke stimulans, terwijl dit voor anderen juist een drempel kan vormen. Daarnaast is het cruciaal dat de aard en intensiteit van de oefeningen goed aansluiten bij de fysieke mogelijkheden van de senioren. Passend aanbod vergroot niet alleen de veiligheid, maar ook het plezier en de kans dat zij het bewegen daadwerkelijk blijven volhouden.
Diversiteit in aanbod
Er is een divers georganiseerd sport- en beweegaanbod waar senioren aan kunnen deelnemen. Van zelfstandig fitnessen in de sportschool, tot tennissen bij een vereniging of deelname aan groepsaanbod zoals Meer Bewegen voor Ouderen (MBvO) en Walking Football of beweegaanbod binnen welzijns- of zorgorganisaties. Voor de zeer kwetsbare senioren, kan individuele begeleiding door bijvoorbeeld een (geriatrie)fysiotherapeut bij sport en beweging nodig blijven, ook na afronding van een valpreventieve beweeginterventie. Meer over beweegaanbod voor senioren lees je hier.
Kenniscentrum Sport & Bewegen en VeiligheidNL werken momenteel aan een handreiking met concrete aanbevelingen en suggesties voor passend en structureel sport- en beweegaanbod dat aansluit op het valrisico van senioren.
Aanvullende Informatie
Wie kan passend en structureel sport- en beweegaanbod aanbieden?
Er zijn diverse aanbieders van sport- en beweegaanbod. Denk bijvoorbeeld aan sportprofessionals, fysiotherapeuten, maar ook (sport)verenigingen, ouderenbonden, sportscholen en welzijnsorganisaties. Een buurtsportcoach of beweegmakelaar speelt een belangrijke rol bij het in kaart brengen van het aanbod en het koppelen van de behoeften van senioren aan aanbod.
Samenwerken aan sport en bewegen in de wijk
Samenwerken aan sport en bewegen in de wijk
De online Wijktekening van Kenniscentrum Sport & Bewegen helpt professionals in onder meer de domeinen sport, zorg en welzijn om elkaar te vinden. Ook biedt de Wijktekening een format waarmee je een lokaal overzicht kunt maken van relevante contactpersonen. Met het lokale beweegnetwerk in kaart versimpel je het doorverwijzen naar sport- en beweegaanbod en doorverwijzing tussen professionals en organisaties. Bekijk hier de Wijktekening.
Wie financiert passend en structureel sport- en beweegaanbod?
De senior betaalt in de meeste gevallen zelf voor deelname aan passend en structureel sport- en beweegaanbod. Dit is anders dan bij de valpreventieve beweeginterventies die veelal gratis of tegen een bescheiden bedrag gevolgd kunnen worden. De kosten voor passend en structureel aanbod verschillen per activiteit en lopen sterk uiteen. Zo zijn commerciële sportaanbieders vaak duurder dan verenigingen. Er zijn ook voorbeelden van (vrijwel) gratis structureel aanbod, zoals de Vitality Clubs. Deze zelforganiserende clubs bewegen buiten, onder leiding van een vrijwillige peer coach, en is vrijwel gratis toegankelijk.
Er zijn op landelijk, regionaal en lokaal niveau diverse subsidies beschikbaar om het bewegen te stimuleren. Zo subsidiëren verschillende gemeenten het aanbod van buurtsportcoaches en MBvO. Een ander voorbeeld is het Volwassenfonds Sport en Cultuur die een tegemoetkoming kan bieden voor inwoners met een laag inkomen.
Wil je meer weten over subsidiering? Bekijk dan de volgende websites:
Hoe zorg je voor goede doorgeleiding?
Binnen de ketenaanpak zijn er verschillende wegen naar passend en structureel sport- en beweegaanbod. Direct, na het doen van de Valrisicotest, voor senioren met een laag valrisico, of indirect voor senioren die eerst een valpreventieve beweeginterventie doen. De doorgeleiding binnen de keten brengt diverse uitdagingen met zich mee. Want hoe motiveer je een inactieve senior om te gaan bewegen? En hoe zorg je voor een goede aansluiting van een interventie naar passend en structureel aanbod? Hieronder beschrijven we diverse praktische tips voor een goede doorgeleiding. De tips zijn afkomstig van collega’s uit de praktijk.
Ga in gesprek met de senior
- Ga in gesprek met de senior om te horen wat hij of zij graag wil op het gebied van bewegen. Vraag bijvoorbeeld eens welke sport hij/zij vroeger deed en achterhaal wat de senior belangrijk vindt om te doen, zoals spelen met kleinkinderen of zelfstandig activiteiten in de wijk kunnen doen. Aansluiten bij de wensen, doelen en capaciteit van een senior is cruciaal voor de motivatie om in beweging te komen en te blijven. Je kunt deze wensen bespreken via individuele gesprekken, maar je kunt dat ook doen via groepsgesprekken met ca 6. Doordat senioren van elkaar horen wat hun beweegwensen zijn, worden ze door elkaar geïnspireerd en kunnen ze met elkaar optrekken in vervolgaanbod.
- Meer weten over het motiveren van senioren om in beweging te komen?
Benadruk het belang van (blijven) bewegen
- Bewustzijn van het belang van bewegen is een belangrijke eerste stap in het bevorderen van beweeggedrag van senioren. Door het belang van bewegen bij senioren op verschillende plekken en momenten kenbaar te maken, draag je hieraan bij. Dit kan bijvoorbeeld door het organiseren van voorlichtingssessies in de wijk, een gesprek met de buurtsportcoach op een vitaliteitsbijeenkomst of tijdens een regulier consult door een zorgverlener. Ook tijdens de valpreventieve beweeginterventie benadruk je het belang van het blijven bewegen na afloop van de interventie. Idealiter start je daar mee in week één en blijf je dit benadrukken in elke les. Zo zorg je ervoor dat senioren deelname aan structureel sport- en beweegaanbod als vanzelfsprekend zien.
Zorg voor een warme doorgeleiding
- Zorg voor een vast aanspreekpunt dat senioren persoonlijk kan begeleiden naar structureel sport- en beweegaanbod. Zet hiervoor een buurtsportcoach of beweegmakelaar in. Haak hem/haar bijvoorbeeld al vanaf week één aan bij een valpreventieve beweeginterventie. Zo wordt hij of zij een vertrouwd gezicht en kan hij de deelnemers leren kennen. In sommige gemeenten gaat de buurtsportcoach of beweegmakelaar de eerste keer mee wanneer iemand naar structureel sport- of beweegaanbod gaat. De buurtsportcoach of beweegmakelaar kan zo een belangrijke rol spelen om senioren te motiveren voor en begeleiden naar passend en structureel beweegaanbod.
- Je ziet vaak dat deelnemers van de valpreventieve beweeginterventies graag samen doorgaan naar passend en structureel. Bij Team Sportservice Noordkop brengt de buurtsportcoach aanbieders van sport- en beweegaanbod voorafgaand aan de start van een valpreventieve beweeginterventie op de hoogte. Zo kunnen zij voorbereidingen treffen om de gehele groep “over te nemen” na afloop van de interventie.
- Een mooi voorbeeld is Buurt in Beweging van Eindhoven Sport. Na het afronden van een valpreventieve beweeginterventie, maakt de groep in 12 weken kennis met verschillende sporten en beweegaanbieders in de buurt. Dit onder begeleiding van een buurtsportcoach. Het effect is groot: 82% stroomt hierna door naar structureel aanbod.
- Meer lezen hierover?
Houd een vinger aan de pols
- Ga na welke opvolging senioren hebben gegeven aan het beweegadvies dat je gaf. Heb je een senior met laag valrisico doorverwezen naar een MBvO les? Of heb je jouw In Balans deelnemers doorverwezen naar structureel sport- en beweegaanbod? Bel na 4 weken eens op en vraag of hij/zij al gestart is. Vraag eventuele drempels uit en probeer samen met de senior een oplossing te bedenken. Herhaal dit bijvoorbeeld na een aantal maanden opnieuw. Een alternatief is het organiseren van een terugkomdag. Je kunt deze bijeenkomst aangrijpen om senioren te motiveren om actief te blijven.
Verlaag drempels
- Er zijn diverse drempels bekend die deelname aan structureel sport- en beweegaanbod belemmeren. Wees je hiervan bewust en bedenk manieren om drempels te verlagen. Een voorbeeld is reisafstand. Een te grote reisafstand naar de locatie kan senioren afschrikken, bijvoorbeeld omdat het te veel tijd kost, omdat mensen slecht ter been zijn, geen vervoersmiddel hebben of omdat reizen kosten met zich mee brengt. Verwijs senioren daarom naar passend en structureel beweegaanbod in de eigen wijk. Andere aandachtspunten zijn bijvoorbeeld sociale- of economische drempels.
Wat hier een goede tip zou zijn is het verwijzen van senioren naar passend en structureel beweegaanbod in de wijk. Dit aangezien het een grote drempel is om naar aanbod aan de andere kant van de stad te reizen.
Hoe verder?
Het advies is om jaarlijks een Valrisicotest af te nemen. Ook bij deelnemers aan het regulier sport- en beweegaanbod. Zie je veranderingen in de mobiliteit van senioren, bijvoorbeeld na ziekte? Of is iemand gevallen? Neem dan ook de Valrisicotest af.
Bekijk de stappen van de Ketenaanpak
Terug naar het overzichtMeld je aan voor onze e-mail updates om op de hoogte te blijven.