Kosten van osteoporotische fracturen

In opdracht van Amgen hebben we onderzoek gedaan naar de landelijke prevalentie en directe medische kosten van osteoporotische fracturen

Osteoporose komt vaak voor op oudere leeftijd, en overwegend bij vrouwen. De ziekte kenmerkt zich door een verlaagde botdichtheid, minder botsterkte en een verhoogde kans op fracturen.
in 2019. De prevalentie is geschat aan de hand van gegevens uit de onderzoeksliteratuur en registratiedata van het Letsel informatie Systeem (LIS). Met schattingen van zorgconsumptie en kosten van letsels uit het Letsellastmodel hebben we de totale kosten berekend van de zorg en behandeling van deze fracturen.

In 2019 kwamen ruim 41.000 50-plussers op de Spoedeisende Hulp (SEH) met een osteoporotische fractuur. De totale directe medische kosten van osteoporotische fracturen in 2019 worden geschat op 395 miljoen euro.

Status

Afgerond

Onderzoek type

Onderzoek

Publicatiedatum: 1-4-2021

Doel van het onderzoek

Het doel van dit onderzoek was beter zicht krijgen op de prevalentie en de kosten van osteoporotische fracturen in Nederland. Vooral inzicht in de vervolgfracturen is van belang, want na diagnose van een eerste fractuur kunnen preventieve maatregelen vervolgfracturen voorkomen. Dat levert een besparing in verdere zorgkosten op.

De belangrijkste vraagstellingen in het onderzoek waren:

  • Wat is de actuele prevalentie van osteoporotische fracturen in Nederland?
  • Wat is de prevalentie van osteoporotische vervolgfracturen in Nederland?
  • Wat zijn de daarmee gepaard gaande totale medische kosten?
  • Op basis van welke financieringsbronnen/wetgeving worden de meeste kosten gemaakt: Zorgverzekeringswet (ZVW), Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) of Wet Langdurige Zorg (WLZ)?

Resultaten

  • In 2019 kwamen ruim 41.000 personen van 50 jaar of ouder op de SEH met een osteoporotische fractuur. Daarvan hadden er naar schatting 13.000 al eerder een fractuur opgelopen.
  • De totale directe medische kosten van osteoporotische fracturen worden geschat op 395 miljoen euro per jaar, waarvan 134 miljoen werd uitgegeven aan vervolgfracturen.
  • Het grootste deel van de kosten (bijna 75%) werd vergoed vanuit de zorgverzekering: vooral ziekenhuiskosten, kosten van thuiszorg en kosten van geriatrische revalidatie.
  • Ruim 20 procent van de totale kosten werd vergoed vanuit de Wet Langdurige Zorg (WLZ), vanwege een langer verblijf in het verpleeghuis na behandeling van een fractuur.

Samenwerken op dit onderwerp?