Kinderen veilig mee in een andere auto: regels voor kinderopvang

Vervoer je als kinderopvang de kinderen in de auto? Dan geldt de wet- en regelgeving voor autostoelen ook voor jou. Er zijn een paar uitzonderingen, maar ons advies is toch om áltijd een passende autostoel te gebruiken.

Foto van Mariëlle Hermans
Auteur
Mariëlle Hermans

Alle kinderen tot 135 cm moeten in een autostoel worden vervoerd. Deze regels gelden ook voor de kinderopvang. Gebruik dus zoveel mogelijk een passende autostoel.

Omdat het in de praktijk niet altijd lukt om een kind in een autostoel te vervoeren, staan er in de wet een paar uitzonderingen. Denk bijvoorbeeld aan incidenteel vervoer door de kinderopvang, vervoer in de taxi en in de bus. Maar de meeste van deze uitzonderingen gelden niet als een kind jonger dan drie jaar is. Probeer zoveel mogelijk een autostoel te gebruiken als het lukt. 
In de wet wordt onderscheid gemaakt tussen regelmatig en incidenteel vervoeren van kinderen.

Regelmatig vervoer: wel een autostoel

Bij vervoer op regelmatige basis (wekelijks of maandelijks) moeten alle kinderen tot 135 cm in een autostoel zitten. Dit geldt ook voor jou als kinderopvang, als je bijvoorbeeld elke dag of week de kinderen van school naar de buitenschoolse locatie vervoert. Bij zowel auto- of busvervoer t/m 8 personen is de bestuurder dan verantwoordelijk voor het regelen van voldoende en passende autostoelen.

Uitzondering vanaf 3 jaar: Incidenteel vervoer

Vanaf de leeftijd van drie jaar mag een kind van jouw kinderopvang in sommige gevallen in jouw auto zonder autostoel worden vervoerd. Het kind moet dan wel achterin zitten en je moet gebruikmaken van de autogordel. Zijn er autostoeltjes aanwezig in de auto, dan moeten deze altijd gebruikt worden. Gevallen waarbij je niet verplicht bent om een autostoel te gebruiken, zijn:

  • Als het vervoer plaatsvindt over een beperkte afstand, dus geen lange trip naar een pretpark.
  • Als er echt sprake is van het incidenteel vervoeren van het kind (dus niet wekelijks van de kinderopvang naar de basisschool).
  • Als je op de achterbank al twee autostoeltjes hebt en er geen plaats is voor een derde.

 

Advies: gebruik ook bij incidenteel vervoer een autostoel

Weet je van tevoren dat je kinderen meeneemt in de auto? Overleg dan altijd met ouders of ze een autostoel mee kunnen geven. Dat is veiliger, ook al is het een incidenteel en kort ritje.

Uitzondering: taxi- en busvervoer

In taxi’s en bussen gelden ook uitzonderingen voor het vervoeren van kinderen in een autostoel. Handig om te weten als je de kinderen wel eens meeneemt in deze vervoersmiddelen.

Taxivervoer 

  • Als in taxi's (te herkennen aan een blauw nummerbord) geen autostoeltje aanwezig is, mogen kinderen vanaf drie jaar op de achterbank met de autogordel vervoerd worden.
  • Kinderen jonger dan drie jaar mogen ´los´ op de achterbank vervoerd worden, bijvoorbeeld op schoot. 

Busvervoer

  • In stads- of streekbussen die volgens een dienstregeling rijden én in bussen waar staanplaatsen zijn, is het dragen van gordels niet verplicht.
  • Wettelijk is het dragen van een gordel in een touringcar wel verplicht. Maar in oudere touringcars waar geen gordels in zitten (van voor 1995), hoef je ook geen gordel om.
  • Het maximaal toegestane aantal passagiers in een touringcar wordt bepaald door het aantal zitplaatsen. Iedereen vanaf 4 jaar moet een eigen zitplaats hebben. Zitplaatsen mogen niet gedeeld worden. Kinderen onder de 4 jaar mogen ´los´ of bij iemand op schoot vervoerd worden, maar ze mogen de gordel niet delen. 

Samenwerken op dit onderwerp?

Meer over onderwerpen: