Fietsongevallen in Nederland 2016: meer enkelvoudige ongevallen

In 2016 zag de Spoedeisende Hulp afdeling veel meer slachtoffers van enkelvoudige fietsongevallen. Daarnaast is het aandeel ongevallen met elektrische fietsen significant toegenomen.  Zo blijkt uit een vervolgonderzoek onder patiënten die de Spoedeisende Hulp hebben bezocht na een fietsongeval.

Status

Afgerond

Onderzoek type

Onderzoek

Publicatiedatum: 1-9-2017

Fietsers zijn kwetsbare verkeersdeelnemers. Met name oudere fietsers lopen risico op een ongeval. Via het LIS van VeiligheidNL krijgen we actueel inzicht in de oorzaken en gevolgen van fietsongevallen. Deze informatie is onontbeerlijk bij het opstellen van landelijk en lokaal beleid. Om die reden heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan VeiligheidNL gevraagd om hier meer onderzoek naar te doen.

Doel onderzoek

Met dit onderzoek wilden we actueel inzicht krijgen in de oorzaken van fietsongevallen van slachtoffers die de Spoedeisende Hulp (SEH) bezocht hebben. De belangrijkste vraagstellingen hierbij:   

  1. Wat zijn de belangrijkste oorzaken van ongevallen onder fietsers in de periode van januari 2016 t/m december 2016 ? 
  2. Welke factoren, die het risico op een dergelijk fietsongeval verhogen, kunnen we detecteren in een vergelijking van slachtoffers met een vergelijkbare groep fietsers die geen ongeval hebben gehad?   
  3. Zijn er belangrijke verschuivingen ten opzichte van eerdere LIS-vervolgonderzoeken naar fietsongevallen, vooral wat betreft de risicofactoren of ernst van de letsels?

Enkelvoudige versus meervoudige ongevallen

Twee derde van de fietsongevallen in dit onderzoek waren enkelvoudige ongevallen. Het aandeel enkelvoudige fietsongevallen was het hoogst bij ongevallen met een elektrische fiets. Racefietsers waren relatief het vaakst slachtoffer van een meervoudig ongeval. Vooral botsingen tussen racefietsers en andere (race)fietsers kwamen voor en bepaalden bijna een kwart van de ongevallen met racefietsers.

Van de slachtoffers van enkelvoudige fietsongevallen kwam meer dan de helft (62%) ten val door evenwichtsverlies (inclusief uitglijden) tijdens het fietsen. Zeventien procent reed tegen iets of iemand aan, drie procent botste tegen een paaltje. Het aandeel fietsongevallen door een botsing met een paaltje is niet significant toe- of afgenomen sinds 2012.

In tien procent van de enkelvoudige ongevallen verloor het slachtoffer het evenwicht tijdens op- of afstappen. Het vallen tijdens op- of afstappen gebeurde niet significant vaker bij elektrische fietsen dan bij een gewone fiets, wanneer gecorrigeerd werd voor leeftijd.

Het aandeel enkelvoudige fietsongevallen is gestegen ten opzichte van het onderzoek uit 2012. Dit is wellicht deels te verklaren uit de stijging in ongevallen met elektrische fietsen (relatief vaak enkelvoudig).

Oorzaken  
Bijna de helft van de fietsslachtoffers wijt het ongeval aan eigen gedrag, ruim een derde van de slachtoffers gaf aan dat het ongeval kwam door het gedrag van een andere verkeersdeelnemer en een derde deel noemde als (mede) oorzaak de toestand van de weg.  

Telefoongebruik heeft weinig invloed op ongeval 
Gebruik van een mobiele telefoon werd in minder dan één procent van de gevallen aangemerkt als (mede) oorzaak van het ongeval. Ook op de vraag of men ten tijde van het ongeval  in de weer was met een telefoon antwoordde slechts iets meer dan één procent bevestigend (1,9% in de groep fietsers jonger dan 25 jaar). Daarnaast bleek er geen verandering in het aandeel ongevallen waarbij een telefoon betrokken was in vergelijking met 2012.  

Uit vergelijking met de groep fietsers zonder ongeval bleek verrassenderwijs dat een verhoogd gebruik van een telefoon (om te bellen, Whatsappen, etc.) samenhangt met een lagere kans op een fietsongeval. Die analyse beperkt zich tot fietsers van 16 jaar en ouder. Ook rapporteerden de slachtoffers een lagere blootstelling aan gebruik van de telefoon dan in een straattelling onder fietsers werd vastgesteld. Dit geldt voor fietsers van alle leeftijden (ook onder de groep onder de 16 jaar kon in deze analyse worden betrokken).  

Elektrische fietsen 
Van alle fietsers die na een ongeval op de SEH-afdeling belandden, reed één op de vijf ten tijde van het ongeval op een elektrische fiets. Van hen reed 95 procent op een ‘gewone’ elektrische fiets met trapondersteuning tot 25 km/u. Van de slachtoffers op een elektrische fiets was 83 procent 55 jaar of ouder. Ongevallen op een elektrische fiets waren significant vaker enkelvoudig dan ongevallen op een gewone fiets. Ook kregen elektrische fietsers vaker een ongeval buiten de bebouwde kom.

Ongevallen op elektrische fietsen leveren gemiddeld ernstiger letsel op dan een ongeval op een gewone fiets, maar gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht verdwijnt dit effect. De significant hogere ernst van de letsels door een ongeval op een elektrische fiets lijkt vooral een leeftijdseffect. Op elektrische fietsen rijden veelal oudere fietsers, een groep die toch al (op elk fietstype) relatief ernstige letsels oploopt.

Ook de vergelijking met de referentiegroep laat in eerste instantie zien dat elektrische fietsers een verhoogde kans hebben op een (enkelvoudig) ongeval, vergeleken met gewone fietsers. Echter, ook hier verdwijnt dit effect na correctie voor leeftijd, geslacht, gezondheidsfactoren en aantal gefietste kilometers. De elektrische fiets is gemiddeld genomen niet gevaarlijker dan een gewone fiets, maar ouderen fietsen vaker en verder met een elektrische fiets.

Het aantal gebruikers van elektrische fietsen en het aandeel ongevallen met elektrische fietsen blijkt significant toegenomen.

Rapport Fietsongevallen in Nederland 2016

Rapport Fietsongevallen in Nederland 2016.pdf
(pdf)

Samenwerken op dit onderwerp?

Meer voor werkvelden: