Bescherm je snuit: Hoofd opzij, armen in een ruit

Voorover vallen

Met de valoefening 'Bescherm je snuit: Hoofd opzij, armen in een ruit' leren kinderen veilig voorover vallen.

Doel

De kinderen leren zichzelf veilig op te vangen met hun armen in de juiste houding als ze voorover vallen of uit balans raken, waarbij ze ook leren hun hoofd van de grond te houden tijdens de val.

Doelgroep

Voor scholen en bso's

Aanpak

Bij iedere oefening hoort een fantasie die jullie naspelen. Zo zijn de kinderen de ene keer een sluipende leeuw en spelen ze daarna weer een ijsbeer die van een rots tuimelt. Bij iedere oefening geven we een adviesleeftijd, advies over de materialen die je nodig hebt en tips om de oefening moeilijker of makkelijker te maken.

Aan de slag

Bereid je goed voor. Dit zijn de benodigde materialen: een geschikte ondergrond zoals een (dikke) mat, matras, dik tapijt of gras. En een touw of judoband, met eventueel een knuffel (de prooi) eraan vastgebonden.
Video

Ruben en Marinka doen het voor

Ruben en Marinka doen eerst de hele oefening voor. Bekijk de oefening eerst 1x helemaal en gebruik 'm ter ondersteuning in de les.

Oefening 1

Wees niet bang: maak je lang!

Fantasie

Een leeuw rekt zich uit en maakt zich lang.
Wat een groot dier en beslist niet bang.
Hij duikt naar  voren en gromt daarbij luid.
Hij valt veilig op zijn poten en niet op zijn snuit.

placeholder

Zo doe je de oefening

  1. De kinderen zijn allemaal een leeuw en zitten op hun knieën, met de billen op de hielen. Ze buigen naar voren waarbij de knieën en onderbenen op de grond blijven.
  2. Ze plaatsen de handen voor hun knieën plat op de mat, met de vingers naar voren gericht.
  3. Ze schuiven hun handen om de beurt zo langzaam mogelijk 'sluipend' naar voren en houden hun hoofd hierbij van de mat.
  4. Dan schuiven ze hun handen zover naar voren dat ze languit op hun bovenlichaam belanden en de handen tot onder de kin of nog iets verder naar voren zijn.
  5. De armen zijn dan gehoekt voor de borst, met de ellebogen naar buiten gericht (ze vormen een soort ruit).
  6. Voor het tempo rustig op: eerst heel langzaam (sluipend) en daarna steeds sneller.
placeholder
Oefening 2

Het is nog vroeg: is ie snel genoeg?

Fantasie

De leeuw gaat op jacht en daar ziet hij zijn prooi.
Hij loert en sluipt, dat kan hij zo mooi.
Hij duikt brullend naar  voren, maar wat een pech.
De prooi glipt vlak voor zijn neus weg.

placeholder

Zo doe je de oefening

  1. De helft van de kinderen gaan als leeuwen in dezelfde startpositie zitten als bij oefening 1.
  2. De andere helft gaat op ongeveer 2 a 3 meter afstand tegenover de leeuwen zitten als de 'trainer'.
  3. Zij hebben een touw of judoband vast met hier een knuffel aan vastgebonden (de prooi) en leggen deze op ongeveer 1,5 meter afstand van 'hun' leeuw.
  4. De leeuwen volgen de eerste 3 stappen van oefening 1.
  5. Wanneer de leeuw gromt of brult, mag hij zijn prooi (de knuffel) proberen te pakken door 'm te bespringen. De trainer probeert de prooi op tijd weg te trekken.
  6. Terwijl de kinderen naar voren duiken en de prooi grijpen, draaien zij hun hoofd opzij. Zo kan de prooi niet in zijn neus bijten.
  7. Als de leeuwen hun prooi te pakken hebben, houden zij hun armen in een ruitvorm naast en onder de borst, zijn de ellebogen naar buiten gericht en zijn de handen ter hoogte van de oksels of lager.
  8. Laat de kinderen nu van positie wisselen.
placeholder
Oefening 3

De beer probeert het ook een keer

Fantasie

De beer heeft zojuist de leeuw gezien.
Zou het hem ook lukken heel misschien?
Grommend komt hij aangelopen.
Of het hem ook lukt, mag hij hopen.

placeholder

Zo doe je de oefening

  1. De helft van de kinderen is nu een beer. Zij zitten op hun knieën, met de billen op de hielen. Ze komen omhoog waarbij de knieën en onderbenen op de grond blijven.
  2. De andere helft van de kinderen gaat op ongeveer 2 a 3 meter afstand tegenover de beren zitten als de 'trainer'.
  3. Zij hebben een touw of judoband vast met hier een knuffel aan vastgebonden (de prooi) en leggen deze op ongeveer 1,5 meter afstand van 'hun' beer.
  4. De beren komen aangelopen, laag op de knieën en met de billen dichtbij de hakken. Ze proberen de prooi te bespringen en te pakken. De 'trainers' proberen de prooi op tijd voor de grijpende berenklauwen weg te trekken. 
  5. Terwijl de kinderen naar voren duiken en de prooi grijpen, draaien zij hun hoofd opzij. Zo kan de prooi niet in zijn neus bijten.
  6. Als de beren hun prooi te pakken hebben, houden zij hun armen in een ruitvorm naast en onder de borst, zijn de ellebogen naar buiten gericht en zijn de handen ter hoogte van de oksels of lager.
  7. Laat de kinderen nu van positie wisselen.
placeholder
Tips

Zo maak je het moeilijker

Je kunt het tempo opvoeren, de kinderen hun ogen (half) dicht laten houden, op commando de oefening uit laten voeren, de hoogte opbouwen (vanuit knie-zit op de hurken tot rechtop op de knieën) of de afstand tussen de leeuw/beer en zijn prooi vergroten.
Download

De volledige oefening

Download de oefening 'Bescherm je snuit: Hoofd opzij, armen in een ruit' hier en ga er mee aan de slag!

Valoefeningen

Terug naar alle oefeningen

Terug

Meer over onderwerpen: