Sportblessures 2020

In 2020 hebben bijna 9 miljoen Nederlanders iedere week gesport, ondanks de Covid-19 pandemie en de maatregelen die daarbij hoorden, zoals de sluiting van scholen met daarbij bewegingsonderwijs, beperkingen bij verenigingsporten en afgelaste wedstrijden. Door Corona zag het sportlandschap er wel anders uit dan normaal, en dat is terug te zien in de cijfers over sportblessures in Nederland.

In 2020 liepen in Nederland naar schatting 3,8 miljoen sporters tenminste één blessure op. Dat leidde in totaal tot zo’n 4,8 miljoen blessures, wat overeenkomt met 2,4 blessures per 1.000 gesporte uren in 2020. Het aantal blessures was kleiner dan in 2019, toen er 5,5 miljoen blessures werden opgelopen (door in totaal 4,4 miljoen geblesseerde sporters). De belangrijkste oorzaak van deze daling was de uitzonderlijke situatie voor sporters tijdens het coronajaar 2020, waarbij het beoefenen van veel sporten tijdelijk moeilijker of onmogelijk was.

Daarnaast zagen we een groot verschil in de mate waarin de verschillende sporten werden beïnvloed door de coronamaatregelen. In totaal werd er in 2020 iets meer gesport dan in 2019, vooral door een toename van individueel en/of ongeorganiseerd te beoefenen sporten, zoals wandelen, toerfietsen, mountainbiken of skeeleren.

Status

Afgerond

Onderzoek type

Cijferrapportage

Publicatiedatum: 1-11-2021

Hardlopen meeste blessures

Sporten die normaal gesproken georganiseerd of bij sportverenigingen worden beoefend, zagen een afname van het aantal gesporte uren in 2020. Voetbalblessures (1 miljoen) bijvoorbeeld kwamen in 2020 iets minder voor dan in eerdere jaren, waardoor voetbal niet meer de sport was met het meeste aantal blessures in een jaar. Ook fitness werd in mindere mate beoefend en leidde daardoor tot minder blessures dan voorheen. Maar het aantal hardloopblessures steeg in 2020 (1,1 miljoen) ten opzichte van 2019 (780.000 blessures), waarmee hardlopen nu de sporttak was met de meeste blessures.

Minder risico op blessures

De kans om een blessure op te lopen was kleiner dan de laatste jaren (een daling van 3,1 blessures per 1.000 uur sport in 2019 naar 2,4 blessures in 2020). Ondanks dat er niet minder uren aan sport werd gedaan tijdens de pandemie, liep het blessurerisico toch terug. Waarschijnlijk doordat sporten met een relatief klein blessurerisico meer werden beoefend, denk aan wandelen en recreatief fietsen. Sporten met een hoger blessurerisico werden juist minder beoefend, zoals veel verenigingssporten die door de coronamaatregelen - in elk geval in competitieverband – een tijdlang onmogelijk waren.

SEH-behandelingen

In 2020 vonden naar schatting 85.000 bezoeken aan een Spoedeisende Hulp (SEH)-afdeling plaats in verband met een sportblessure. Het aantal SEH-bezoeken wegens sportblessures in het jaar 2020 lag daarmee een kwart lager dan in 2019. De dalende trend in SEH-bezoeken in voorgaande jaren zette in 2020 dus door, maar is versterkt door de coronamaatregelen.

Ondanks dat georganiseerd sporten (zoals veldvoetbal) een deel van 2020 niet toegestaan was en de scholen een periode dicht of beperkt open waren, leidde veldvoetbal in 2020 nog steeds tot veruit de meeste SEH-bezoeken en kwam bewegingsonderwijs op de tweede plaats. Paardensport stond op plek drie, gevolgd door mountainbiken, wielrennen en skeeleren/skaten, die opklommen naar plek vier, vijf en zes. Mountainbiken en skaten/skeeleren waren twee sporten die door Corona veel meer werden beoefend dan in de jaren ervoor.

Samenwerken op dit onderwerp?

Meer over onderwerpen:

Meer voor werkvelden: