Effectieve valpreventieve beweeginterventies

Een slechte balans, een verkeerd looppatroon en verminderde spierkracht verhogen het valrisico van ouderen. Een gestructureerde beweeginterventie is daarom een essentieel onderdeel van een effectieve valpreventie-aanpak. Waaraan voldoet een effectieve valpreventieve beweeginterventie? En hoe maak je een keuze uit het aanbod?

Hoe effectief zijn valpreventieve beweeginterventies?

Een effectieve valpreventie aanpak bevat altijd een valpreventieve beweeginterventie. Wetenschappelijke onderzoeken laten zien dat deze beweeginterventies effectief het aantal valongevallen en het valrisico verlagen, ook als ze niet worden aangeboden in combinatie met andere maatregelen. Het valrisico van thuiswonende ouderen neemt met 23% af. Dat percentage is nog hoger (tot 42%) bij beweeginterventies met uitdagende balansoefeningen waarbij deelnemers minimaal drie uur per week oefenen.

Waaraan voldoet een effectief beweegprogramma?

Kenmerken van effectieve valpreventieve beweeginterventies zijn: 

  • De oefeningen moeten matig tot sterk uitdagend zijn voor de balans.
  • Beweegoefeningen moeten voldoende vaak worden uitgevoerd om effectief te zijn, minimaal 3 uur per week. 
  • De oefeningen zijn afgestemd op iedere individuele deelnemer. Dat betekent dat er rekening wordt gehouden met ieders medische conditie en valgeschiedenis en dat de oefeningen voldoende uitdaging en mogelijkheid tot progressie bieden.
  • De oefeningen worden begeleid door een geschoolde professional om ervoor te zorgen dat de interventie veilig en met voldoende uitdaging uitgevoerd wordt.
  • Om het effect te behouden, blijven ouderen ook na afloop van het programma lichamelijke oefeningen doen. 

Wat maakt een valpreventieve beweegprogramma effectief?

Een val is het gevolg van een mismatch tussen het fysieke functioneren, omgevingsfactoren en het gedrag van een individu. Met het ouder worden neemt het fysiek functioneren af; veroudering leidt tot vermindering van spierkracht, uithoudingsvermogen, zicht en afname van de breinfunctie met als gevolg verminderde mobiliteit en inadequate bewegingsuitvoering. Dit beïnvloedt het vermogen om adequaat om te gaan met omgevingsrisico’s, zoals gladde vloeren, obstakels, losliggende tegels en trappen. Gedrag zoals bijvoorbeeld niet goed opletten, dragen van glad schoeisel en inactiviteit speelt daarbij ook een rol. Ook angst om te vallen kan de kans op een val vergroten. Angst kan leiden tot het vermijden van activiteiten en dat leidt weer tot een vermindering van beweging en soms tot afwijkend bewegingsgedrag (bijv. overal steun zoeken). 

Veel van de fysieke ‘gebreken’ die een verhoogd valrisico veroorzaken kunnen worden verbeterd met een gestructureerde beweeginterventie. Stoornissen in balans, looppatroon en verminderde spierkracht zijn veranderbaar met lichamelijke oefeningen. Daarnaast dragen beweeginterventies bij aan het voorkomen van vallen omdat ze het bewustzijn van de eigen vaardigheden/vermogens in verschillende situaties verhogen en helpen bij het oefenen van adequaat reageren op omgevingsrisico’s. Gestructureerde beweeginterventies zijn daarom een logische valpreventie aanpak, waarvoor ook het meeste en krachtigste bewijs voor effectiviteit beschikbaar is.

Welke valpreventieve beweeginterventies zijn erkend?

In Nederland zijn de drie valpreventieve beweeginterventies voor ouderen met een verhoogd valrisico erkend

door het Samenwerkingsverband Erkenning Interventies (SEI) van onder andere het RIVM:
  • De groepscursus In Balans bestaat uit voorlichting over de oorzaken van vallen, beïnvloeding van het eigen beweeggedrag en bewegingsoefeningen gebaseerd op tai chi.
  • De groepscursus Vallen Verleden Tijd bestaat uit een hindernisbaan, sport- en spelvormen en het leren van valtechnieken.
  • Het Otago-oefenprogramma bestaat uit een serie beenspierversterkende oefeningen, evenwichtsoefeningen en een wandelschema. Otago is ontwikkeld als thuisoefenprogramma, maar wordt ook in groepsverband aangeboden.

Op de hoogte blijven van nieuws over Valpreventie?

Meld je aan

Meer over onderwerpen:

Meer voor werkvelden: