Zorgbalans zet Otago in voor ouderen met cognitieve stoornissen

Valpreventie bij ouderen met cognitieve stoornissen

Voor een woonzorgcentrum in Heemstede (ruim 80 bewoners) ging zorgorganisatie Zorgbalans op zoek naar een beweegprogramma voor ouderen die intramuraal verzorgd worden en met cognitieve stoornissen kampen. Fysiotherapeuten Marianne de Groot en Helma Westerveld kozen ervoor om Otago toe te snijden op hun doelgroep. Daarbij kregen zij hulp van beweegbegeleidster Alicja Kapusta. ‘We hadden niet verwacht dat het resultaat zo duidelijk zou zijn.’

Aanleiding

De COVID-19-pandemie heeft genadeloos toegeslagen in het woonzorgcentrum waar Marianne de Groot werkt. De afgelopen jaren is de populatie sterk veranderd, vertelt ze. ‘Voorheen was de zorg voornamelijk gericht op somatische klachten, nu ligt de nadruk op cognitieve problemen. Bewoners zijn gemiddeld beter in staat om zelfstandig te bewegen, maar minder goed in staat om risico’s in te schatten. En het is bekend dat ouderen met cognitieve stoornissen een grotere kans hebben om te vallen.’

Aanpak

Naar aanleiding van een symposium van de NVFG (Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Geriatrie) heeft Marianne met collega Helma onderzocht wat ze bewoners kunnen bieden op het gebied van valpreventie:

  • Otago-oefenprogramma: ‘Er zijn erkende interventies voor thuiswonende ouderen, maar er is weinig materiaal dat is gericht op intramurale zorg of ouderen met cognitieve stoornissen. We zijn gaan kijken bij een andere instelling van Zorgbalans, waar ze het Otago-oefenprogramma voor deze doelgroep inzetten. De positieve ervaringen en enthousiaste reacties van deelnemers gaven voor ons de doorslag.’
  • Kleine groepen: ‘Otago is van origine een thuisoefenprogramma onder begeleiding van een fysiotherapeut maar kan ook in groepsverband aangeboden worden. Dan bestaat het uit een combinatie van gezamenlijke trainingen, een wandelprogramma en thuisoefeningen. Dat laatste leek ons lastig voor ouderen met cognitieve stoornissen, dus we hebben het programma beperkt tot groepstrainingen.’ 
  • Deelnemers: ‘Voor deze eerste pilot hebben we bewoners geselecteerd waarvan we wisten dat ze graag buiten wandelen. Drie deelnemers konden uiteindelijk het hoogste moeilijkheidsniveau van Otago aan. Voor hen hebben we het opbouwschema persoonlijk aangepast, zodat het niveau voor iedereen uitdagend bleef.’
  • Beweegbegeleidster: ‘Binnen de begroting is ruimte gemaakt voor een beweegbegeleidster. Sinds haar komst zie ik bewoners veel meer bewegen! Zij heeft de trainingen verzorgd, Helma en ik assisteerden om beurten en personaliseerden de oefeningen waar nodig.’
  • Wandelgroep: ‘Plannen voor een wandelgroepje zijn nog niet goed van de grond gekomen, vooral omdat we nog te weinig vrijwilligers hebben om dit te begeleiden. Ondertussen proberen we mantelzorgers aan te moedigen om een wandelingetje te maken als ze op bezoek zijn.’
Resultaat

Van de acht deelnemers viel er een af. Van de overgebleven zeven deelnemers werden er twee ziek, waardoor zij slechts de helft van het programma hebben doorlopen. Zorgbalans heeft de behaalde resultaten zorgvuldig in kaart gebracht. ‘Wij hebben aan het begin enkele testen gedaan om onder andere spierkracht en balans te meten’, vertelt Marianne. ‘Na afloop van de beweegtraining hebben we deze testen herhaald. We hadden niet verwacht dat het resultaat zo duidelijk zou zijn.’ Enkele voorbeelden van afgenomen testen:

  • 10 meter looptest: ‘De vijf deelnemers die het gehele programma hebben gevolgd, vertoonden na afloop een hogere loopsnelheid.’ De scores van drie deelnemers vielen boven de MDC-waarden (‘minimal detectable change’), wat betekent dat de verandering groter is dan kan worden toegeschreven aan een meetafwijking. 
  • FTSTS-test (Five Times Sit To Stand): ‘Alle zeven deelnemers hadden hun scores verbeterd, wat duidt op een grotere spierkracht. Vier deelnemers scoorden boven de MDC-waarden.’
  • Dynamic Gait Index: ‘Ook hier scoorden vier deelnemers hoger dan de MDC-waarden.’
  • Vragenlijst over valangst: ‘Na afloop gaven alle deelnemers aan dat ze zich minder angstig voelen om te bewegen.’

 

Inzichten

Marianne deelt graag de belangrijkste succesfactoren en aandachtspunten:

  • In groepsverband trainen werkt goed voor ouderen met cognitieve stoornissen. ‘De deelnemers waren heel enthousiast. Ze vonden het leuk om samen te trainen. Ze zagen ook dat ze niet de enigen waren die soms moeite hadden met een oefening en dat ze zich dus niet hoefden te schamen.’
  • Herhaling werkt erg goed voor de doelgroep. ‘In het begin zag je dat deelnemers nog wat moeite hadden met een oefening. Maar na een paar weken deden ze allemaal goed mee.’
  • Om spiermassa op te bouwen, kregen deelnemers na afloop van elke training (in overleg met het zorgteam) een shake van vers fruit en eiwitpoeder. ‘Dat werd erg gewaardeerd, vanwege het gezellige moment samen maar ook omdat deelnemers de shake als een soort beloning ervaarden.’
  • Om alle deelnemers op tijd in de juiste zaal te krijgen, was het niet voldoende om de training in de agenda van het zorgteam te zetten. ‘We grepen het ontbijt aan om de deelnemers aan de training te herinneren. Voor enkele deelnemers was dat niet genoeg, die moesten we echt ophalen.’
  • Een van de deelnemers kreeg bezoek van mantelzorgers toen een training net begonnen was. ‘Ze vonden het gelukkig geen probleem om even te wachten met een kopje koffie. Maar het geeft wel aan dat het belangrijk is om vaste trainingstijden te kiezen en deze door te geven aan mantelzorgers. Je kunt er niet op vertrouwen dat deelnemers dat zelf vertellen.’ 
  • Het is fijn als ouderen minder angstig zijn om te vallen. Maar zorgt dat niet voor zelfoverschatting, waardoor het risico op een val juist toeneemt? ‘Dat kun je alleen inschatten op individueel niveau. Daarvoor moet je alle deelnemers goed kennen. Een goede samenwerking met het zorgteam is dus heel belangrijk.’

Op de hoogte blijven van nieuws over valpreventie?

Meld je aan

Meer over onderwerpen: