Veel gestelde vragen over de ketenaanpak valpreventie

Gemeenten krijgen de taak op valpreventieprogramma's aan te (laten) bieden voor inwoners vanaf 65 jaar. Vragen vanuit gemeenten of GGD rondom deze nieuwe rol beantwoorden we op deze pagina.

Het inzetten van middelen (vanuit GALA/SPUK)

Hoe is het bedrag voor valpreventie tot stand gekomen en wat is de verdeelsleutel? Dus welk aandeel voor valpreventieve beweeginterventies, coördinatiekosten etc.

Het bedrag is gebaseerd op de gemeentelijke kosten voor het tot stand brengen en uitvoeren van de ketenaanpak valpreventie en het behalen van de hierover in het GALA afgesproken doelstellingen. Er is gewerkt met schattingen van de kosten van de verschillende onderdelen van het ketenaanbod. Het grootste deel van het bedrag, meer dan de helft, is bestemd voor de inkoop en het aanbod van erkende valpreventieve beweeginterventies. Een valpreventieve beweeginterventie maakt altijd onderdeel uit van de ketenaanpak. Er is ruimte om tussen de verschillende posten te schuiven, waarbij van belang is de eerder genoemde doelstellingen in het oog te houden. Te weten: per 2023 krijgt jaarlijks 14% van alle thuiswonende ouderen (65+) een risico-inschatting en bij 3% van alle thuiswonende ouderen (65+) wordt een erkende valpreventieve beweeginterventie aangeboden.
Tot slot is het mogelijk om maximaal 20% van de middelen voor valpreventie, die niet in 2023 besteed kunnen worden, mee te nemen naar 2024. Jaarlijks is het mogelijk om 15% van de middelen voor een onderdeel in te zetten voor een ander onderdeel dat valt onder hetzelfde hoofdthema (in geval van valpreventie gaat het dan om het hoofdthema “Gezondheid en sociale basis”).

Welk aandeel van het valpreventiebudget kan worden besteed aan algemeen beweegaanbod?

Er is geen vast aandeel gereserveerd voor algemeen beweegaanbod. Het bedrag voor valpreventie is gebaseerd op het kunnen realiseren van de - in het GALA afgesproken - doelstellingen ten aanzien van de ketenaanpak valpreventie. Gemeenten hebben de mogelijkheid om eventueel resterend geld ook in te zetten voor beweegactiviteiten voor 65-plussers die geen verhoogd valrisico (meer) hebben. 

Er is ook geld gereserveerd voor woningaanpassingen? Hoe verhoudt zich dat tot de WMO?

Het betreft extra budget dat gemeenten vanuit de SPUK hiervoor in kúnnen zetten naast de middelen die vanuit de WMO beschikbaar zijn.

Welke middelen en mogelijkheden krijgen gemeenten om valpreventie (structureel) aan te bieden?

Voor gemeenten zijn vanaf 2023 via de SPUK middelen beschikbaar om de ketenaanpak met zorgverzekeraars op te zetten en voor het aanbieden van de onderstaande onderdelen van deze ketenaanpak. Het gaat landelijk om een bedrag van circa 50 miljoen euro per jaar, zie ook de tabel op pagina 38 van het GALA. De SPUK-middelen die gemeenten kunnen aanvragen, zijn bedoeld voor onder andere de volgende onderdelen in de Ketenaanpak Valpreventie:

Waaronder:

  • Het opsporen van ouderen en het vaststellen van het valrisico van deze groep;
  • Het uitrusten en voorlichten van de mantelzorgers bij het opsporen en ondersteunen van ouderen met een verhoogd valrisico;
  • Het aanbieden van erkende valpreventieve beweeginterventies zoals op Loketgezondleven.nl van het RIVM;
  • Het gedeeltelijk compenseren van ouderen die een woningaanpassing nodig hebben;
  • Coördinatiekosten om de ketenaanpak binnen de gemeente in te richten, met tenminste zorgverzekeraars en relevante (zorg)professionals. 

Naast de ketenaanpak valpreventie is er ook ruimte voor het aanbieden van daarop aansluitende beweegactiviteiten voor 65-plussers die geen verhoogd valrisico hebben en het aanbieden van andere door het RIVM erkende valpreventieprogramma’s.
Naast dat er SPUK-middelen zijn voor gemeenten voor valpreventie, houdt het kabinet ook rekening met een besparing in de Wmo als gevolg van de inzet op valpreventie. Dit gaat om een korting op het Gemeentefonds van 10 miljoen euro landelijk in 2023, oplopend naar 20 miljoen euro structureel vanaf 2031.

Wat zijn de verplichtingen rondom het inzetten van erkende interventies?

De ketenaanpak valpreventie, zoals gepubliceerd op loketgezondleven.nl van het RIVM, richt zich op 65-plussers met een verhoogd valrisico en omvat in elk geval de inzet van een erkende valpreventieve beweeginterventie. Dus voor deze groep móet in elk geval een erkende valpreventieve beweeginterventie worden ingezet bij de uitvoering van de ketenaanpak. Van gemeenten wordt verwacht dat zij ook in elk geval met de ketenaanpak aan de slag gaan.

Naast de ketenaanpak valpreventie is er ook ruimte voor het aanbieden van daarop aansluitende beweegactiviteiten voor 65-plussers die géén verhoogd valrisico hebben. Hier is niet de voorwaarde van ‘erkenning’ aan verbonden. Ook mogen gemeenten andere activiteiten dan beweeginterventies, gericht op het voorkomen van vallen, aanbieden. Zowel als onderdeel van de ketenaanpak als daarbuiten. Denk bijvoorbeeld aan woningaanpassingen en interventies gericht op het wegnemen van valangst. Er kan hiervoor, zover van toepassing, gebruik gemaakt worden van erkende interventies die te vinden zijn op het Loketgezondleven.nl/valpreventie. De valpreventieve beweeginterventies voor ouderen met een verhoogd risico zijn te vinden op Loketgezondleven.nl bij valpreventieve beweeginterventies.

Rollen en verplichtingen gemeente

Welke verplichtingen krijgen gemeenten en per wanneer?
  • Met het tekenen van het GALA hebben gemeenten zich via de VNG verbonden aan de doelstellingen van het GALA. 
  • Met het aanvragen van de SPUK committeert een individuele aanvragende gemeente zich eraan om de verstrekte middelen in te zetten voor de in het GALA opgenomen activiteiten ten behoeve van de afgesproken doelen op dat onderdeel. 
  • In het GALA is opgenomen dat gemeenten in elk geval middelen moeten aanvragen voor valpreventie, gezien de kortingen die per 2023 worden toegepast binnen de Zvw en Wlz. 
    Dat heeft ermee te maken dat valpreventie een integrale aanpak is in zowel het sociaal als het zorgdomein. De zorg voor ouderen met een hoog risico op vallen komt in het basispakket van de zorgverzekering. Wat betekent dat alle ouderen met een hoog valrisico verzekerd zijn en dus een verzekerde aanspraak kunnen maken op valpreventie. De zorgverzekeraar kent een zorgplicht. Aangezien valpreventie een integrale ketenaanpak is waarin ook de gemeente een deel moet organiseren, hebben deze oudere inwoners niets aan hun verzekerd recht als de gemeente de ondersteuning niet organiseert . En kunnen ook de zorgverzekeraars hun zorgplicht niet nakomen. Vanaf 2023 zijn besparingen ingeboekt op het Wmo budget. Het is dus ook in het belang van gemeenten zelf om die besparingen te realiseren.
  • Ook is in het GALA opgenomen dat uiterlijk op 1 januari 2024 in elke regio wordt gestart met de inrichting van de vijf ketenaanpakken in zoveel mogelijk gemeenten. Over de fasering in de tijd worden in de implementatietrajecten onder leiding van VWS afspraken gemaakt. Dit voorstel wordt tijdens het bestuurlijk overleg geagendeerd. 

Er is een handreiking van de kennispartners waarin per thema informatie is gebundeld. Dit kan de opzet van het integrale plan van aanpak voor de SPUK ondersteunen. 

Wat is de beoogde rol van de GGD?
  • De GGD’en hebben van oudsher een belangrijke rol in de dataverzameling en het verschaffen van inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking en in de advisering over zinvolle gezondheidsbevorderende interventies. Deze taken zijn vastgelegd in de Wet publieke gezondheid (Wpg). 
  • In de SPUK zijn middelen opgenomen (€ 2,5 mln per jaar) voor versterking van de adviesfunctie van de GGD richting (individuele) gemeenten. Deze worden via gemeenten aan GGD’en ter beschikking gesteld. 
  • In 2022 heeft VWS via ZonMw ‘vouchers’ uitgegeven aan GGD-en om kennisfunctie op vier van de vijf in het IZA en GALA opgenomen ketenaanpakken (waaronder valpreventie) te versterken. En ook de onderlinge uitwisseling van kennis te bevorderen over hoe deze aanpakken te implementeren, via een leernetwerk. Alle GGD’en doen mee aan dit leernetwerk. 
Er zijn vijf ketenaanpakken beschreven in het GALA waarbij wordt geadviseerd om een regievoerder aan te stellen. Zijn er dan vijf aparte regievoerders?
  • Om ketenaanpakken in te kunnen richten is het belangrijk dat er een verantwoordelijke partij is die voldoende uitgerust is om de taak waar te kunnen maken (bijv. in tijd & capaciteit). 
  • Of het nodig is om 5 verschillende regievoerders in te zetten bepaalt een gemeente natuurlijk zelf en is bijvoorbeeld afhankelijk van de omvang van de gemeente en de wijze waarop de aanpak in de betreffende gemeente wordt vormgegeven. Bijvoorbeeld in hoeverre er al regionale afspraken liggen die het opstellen/doorvertalen van de lokale afspraken kunnen vereenvoudigen. 
  • De verschillende ketenaanpakken kennen in elk geval grote gelijkenissen in type processtappen en partijen waar mee samengewerkt wordt. Daarom zijn ze in het GALA ook onder 1 hoofdstuk opgenomen (3G onderdeel II). 
  • Het is daarom  aan te raden om bij de projectinrichting te zorgen dat de aanpakken van elkaar kunnen leren. Dit kan op verschillende manieren en de keuze hoe dit het beste aan te pakken is aan de gemeente. 
  • Voor valpreventie specifiek is structureel rekening gehouden met coördinatiekosten. Deze zijn bij aanvang wel hoger dan in latere jaren. 


Zorgverzekeraar en gemeente

Wat is de taak van de gemeente en wat is de taak van de zorgverzekeraar?
  • Valpreventie is een ketenaanpak waarvoor geldt dat de verschillende onderdelen op elkaar moeten aansluiten om effectief te zijn. Ongeacht wie verantwoordelijk is voor de financiering. 
  • Voor zorgverzekeraars gelden wel striktere (wettelijke) eisen aan de onderdelen die onder de Zvw vallen, bijvoorbeeld ten aanzien van inkoopverplichtingen en contracteerbeleid dan voor gemeenten, die daar meer beleidsruimte in hebben.

Specifiek t.a.v. de rol van de zorgverzekeraar

Het Zorginstituut heeft vorig jaar een duiding gegeven van de interventie valpreventie. Hierin heeft zij geduid welk deel van de ketenaanpak valpreventie verzekerde zorg is. Het gaat dan om:

  1. De valrisicoschatting, wanneer deze onderdeel uitmaakt van een consult door een zorgprofessional in het medisch domein. 
  2. De valanalyse, die gedaan moet worden door een of meerdere zorgprofessionals uit het medisch domein. 
  3. Een deel van de interventies die wordt ingezet om het valrisico te verkleinen. Denk aan een medicatiescreening of (vanaf 2024) een valpreventieve beweeginterventie voor kwetsbare personen die zo’n interventie onder leiding van een fysio- of oefentherapeut nodig hebben.

Specifiek t.a.v. de rol van de gemeente

Met gemeenten zijn bestuurlijke afspraken gemaakt en kunnen (SPUK)-middelen worden aangevraagd. Deze kunnen worden ingezet voor onder andere de volgende onderdelen in de ketenaanpak:

  1. Het opsporen van ouderen en het vaststellen van de valrisico van deze groep;
  2. Het ondersteunen en voorlichten van de mantelzorgers bij het opsporen en ondersteunen van ouderen met een verhoogd valrisico;
  3. Het aanbieden van erkende valpreventieve beweeginterventies zoals op loketgezondleven.nl van het RIVM;
  4. Het gedeeltelijk compenseren van ouderen die een woningaanpassing nodig hebben;
  5. Coördinatiekosten om de ketenaanpak binnen de gemeente in te richten, met tenminste zorgverzekeraars en relevante (zorg)professionals. 
Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen de interventies die vanuit de zorgverzekeraar worden aangeboden en de interventie die vanuit de gemeente/wmo wordt aangeboden?

Beiden mogen dezelfde valpreventieve beweeginterventies aanbieden/financieren. Echter de zorgverzekeraar pas vanaf 2024 (wanneer het is opgenomen als aanspraak onder de Zvw) en de gemeente mag dit al vanaf 2023. 

  • In het eerste geval (Zvw verzekerde zorg) moet er sprake zijn van onderliggende of bijkomende problemen bij de betreffende oudere waardoor zij zijn aangewezen op een valpreventieve beweeginterventie onder begeleiding van een fysio- of oefentherapeut. Voor de doelgroep zonder onderliggende problemen (gemeentelijk domein) is inzet van een fysio- of oefentherapeut geen vereiste. 
Wie mag de valanalyse uitvoeren?

Het Zorginstituut heeft aangegeven dat een medisch generalistische blik nodig is voor het uitvoeren van de valanalyse. Zij noemt meerdere zorgverleners die beschikken over de benodigde competenties om de valanalyse uit te voeren: huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, POH-ers, physician assistants, wijkverpleegkundigen en medisch specialisten. ZIN geeft verder aan dat dat geen limitatieve lijst is. 

Op basis van welke indicatiestelling wordt bepaald of er bij ouderen met een verhoogd valrisico sprake is van onderliggend lijden en ze dus vanaf 2024 in aanmerking komen voor basisverzekerde zorg?

Als uit de risico-inschatting blijkt dat een valanalyse is aangewezen, wordt in de valanalyse door de betrokken zorgprofessional(s) bekeken waaruit het valrisico bestaat en welke maatregelen, zorg of begeleiding moet worden ingezet om dit risico te verkleinen. Indien iemand een verhoogd valrisico heeft en daarmee een valpreventieve beweeginterventie wordt geadviseerd is het aan de inschatting van de doorverwijzer of iemand in het sociaal domein kan bewegen, bijvoorbeeld onder begeleiding van een beweegcoach, of dat begeleiding door een fysiotherapeut aangewezen is. Met behulp van een beslisboom wordt bepaald wie in aanmerking komt voor vergoeding uit de ZVW. De valanalyse is overigens alleen nodig voor mensen die op basis van de risico-inschatting een hoog valrisico hebben. Vergoeding van de valpreventieve beweeginterventies vanuit de Zvw kan pas per 2024.

Urgentie

Waarom is de ketenaanpak valpreventie al vanaf 65 jaar. Is dit niet te vroeg?

Om de druk op de zorg te beperken en de kwaliteit van leven te behouden/vergroten is het belangrijk dat ouderen (65+) ook al worden opgespoord voordat ze in zorg zijn. De eerste stap in de ketenaanpak is daarom om ouderen op te sporen. Ouderen met een verhoogd valrisico stromen de valpreventieketen in. Ouderen die nog geen verhoogd valrisico hebben krijgen voorlichting over valrisicofactoren en krijgen een beweegadvies om zo vitaal ouder te worden. 
De ketenaanpak valpreventie vraagt samenwerking tussen het gemeentelijk domein en het zorgdomein. Het opsporen van ouderen kan zowel in het sociaal domein als in het zorgdomein plaatsvinden, de valanalyse vindt plaats in het zorgdomein en de valpreventieve beweeginterventie kan zowel in het gemeentelijk domein als in het zorgdomein plaatsvinden. 

Ketenaanpak (Wat werkt bij valpreventie)

Komt er een richtlijn voor het opzetten van een ketenaanpak valpreventie?

De ketenaanpak valpreventie is gericht op thuiswonende ouderen van 65 jaar of ouder met een verhoogd valrisico en die bestaat uit: opsporen (risico-inschatting, screenen (valanalyse) en het inzetten van een valpreventieve beweeginterventie aangevuld met advies op maat. De ketenaanpak wordt uitgewerkt in een toolkit. Hierin komt te staan wat de verschillende stappen in de keten inhouden, hoe je die stap kunt uitvoeren en wie daar een rol in kan vervullen. Ook de voorbereidingsfase en de borging worden meegenomen in de toolkit. De toolkit wordt gevuld met formats en handreikingen, inspirerende voorbeelden en achtergrondinformatie. De keten moet lokaal/regionaal ingevuld worden passend bij de lokale situatie en zal een combinatie zijn van vaste elementen (zoals erkende interventies) en variabelen (zoals beweegaanbod). Veel informatie is nu al te vinden in de infographic ketenaanpak valpreventie. Er zijn verschillende voorbeelden in het land, een aantal is ook uitgewerkt op de website van VeiligheidNL, selecteer onderaan op de pagina voor praktijkvoorbeeld.


Hoe verhoudt de Valanalyse van VeiligheidNL zich tot valpreventieve beweeginterventies?

De valanalyse is een instrument om de risicofactoren van vallen in kaart te brengen. Vervolgens wordt er advies op maat gegeven en doorverwezen naar andere professionals of interventies. Een valpreventieve beweeginterventie is altijd onderdeel van het advies. Een valpreventieve beweeginterventie bestaat uit oefeningen voor balans en functionele training eventueel aangevuld met krachttraining. De oefeningen worden aangeboden door een geschoolde professional.

In hoeverre is het belangrijk om bij de ketenaanpak rekening te houden met de nieuwe wereldrichtlijn rondom valpreventie?

VeiligheidNL adviseert de aanbevelingen uit de wereldrichtlijn over te nemen. De Nederlandse richtlijn valpreventie neemt deze aanbevelingen ook over. Het belangrijkste verschil is dat er bij het opsporen onderscheid wordt gemaakt tussen laag, matig en hoog risico. Ouderen met een laag valrisico krijgen algemeen beweegadvies en voorlichting over valrisicofactoren. Ouderen met een matig valrisico kunnen worden doorverwezen naar valpreventief beweegaanbod in het gemeentelijk domein. Ouderen met een hoog valrisico krijgen een screening (valanalyse), valpreventief beweegaanbod aangevuld met advies op maat op basis van de gevonden risicofactoren. Ouderen met een hoog valrisico en onderliggende problemen worden doorverwezen naar het zorgdomein voor valpreventief beweegaanbod (vanaf 2024). Ouderen met een hoog valrisico zonder onderliggende problemen kunnen valpreventief beweegaanbod in het gemeentelijk domein krijgen.   

Er ligt een behoorlijke opgave in het voorliggende veld en de borging van duurzaam gezond gedrag na valpreventie-interventies. Is hier aandacht voor?

Na afloop van een valpreventieve beweeginterventie is het belangrijk om ouderen te begeleiden naar structureel aanbod dat aansluit bij het niveau en de kenmerken van de oudere om het effect van de interventie te behouden. De buurtsportcoach kan hier bijvoorbeeld een rol in vervullen. Er kunnen proeflessen gegeven worden gedurende de interventieperiode. Ook bij het opsporen van ouderen is hier aandacht voor. Ouderen met een laag risico krijgen ook beweegadvies. Voor interventies die zijn ingezet in het zorgdomein op basis van een Valanalyse is een follow-up altijd belangrijk. Naast de ketenaanpak valpreventie is er ook ruimte voor het aanbieden van daarop aansluitende beweegactiviteiten voor 65-plussers die geen verhoogd valrisico hebben. 

Welke interventies en uitvoerders mag je per risicoprofiel inzetten?

Er zijn in Nederland 3 valpreventieve beweeginterventies erkend door het RIVM: Vallen Verleden Tijd (VVT), In Balans en Otago (overzicht valpreventieve beweeginterventies). Deskundige begeleiding door een geschoolde professional is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de beweeginterventie veilig en met voldoende uitdaging uitgevoerd wordt. Per interventie is het verschillend welke vooropleiding je nodig hebt. Alle interventies kunnen gegeven worden door een fysio- of oefentherapeut. In Balans kan ook gegeven worden door beweegleider senioren of mbvo-docent. 

  • Otago: meer gericht op kwetsbare ouderen, vaak individueel 
  • VVT: nog 15 minuten zelfstandig kunnen lopen
  • In Balans: pre-kwetsbaar, ook geschikt voor mensen met loophulpmiddel

Alle interventies kunnen zowel in het gemeentelijk domein als in het zorgdomein worden aangeboden. Voor gemeenten zijn al per 2023 via de SPUK-middelen beschikbaar om de onderdelen die vallen binnen de gemeentelijke domeinen (zoals een valrisico-inschatting en een valpreventieve beweeginterventie) aan te bieden. Zorgverzekeraars kopen per 2024 alleen individuele Otago in voor ouderen die voldoen aan de indicatie. 

Bereiken van de doelgroep en aanbieders

Hoe bereik je de thuiswonende ouderen over valpreventie?

Het bereiken van de doelgroep vraagt een gefaseerde aanpak waarin gericht aandacht besteed wordt aan 1) signaleren en opsporen van ouderen met een verhoogd valrisico, 2) informeren en voorlichten om ervoor te zorgen dat ouderen überhaupt geïnteresseerd zijn, 3) begeleiden bij het uitvoeren en tot slot 4) faciliteren en ondersteunen om vol te blijven houden. De Nederlandse richtlijn adviseert om jaarlijks bij ouderen van 65 jaar en ouder een valrisicoschatting uit te voeren. Deze valrisicoschatting kan uitgevoerd worden bij een consult met een zorgprofessional of een professional in het gemeentelijk domein. Bijvoorbeeld:

Gemeentelijk domein: Wmo, Welzijn, Ouderenadviseurs
Informele domein: ouderenbonden, verenigingen, mantelzorgers
Zorgdomein: apotheek, POH, huisarts, paramedici, SEH-afdeling, medisch specialisten

Voor een succesvolle aanpak van valpreventie is het belangrijk dat ouderen gemotiveerd zijn. Dat lukt als je op de juiste manier inspeelt op motieven en weerstanden. Leer hier meer over op: Ouderen motiveren voor valpreventie

Welke argumenten zijn cruciaal om te gebruiken om lokale partners te overtuigen om mee te doen aan valpreventie?
  • De gevolgen van een val zijn enorm, zowel in persoonlijk leed als maatschappelijke zorgkosten. Een valongeval heeft veel impact op de zelfredzaamheid van ouderen, het langer thuis kunnen wonen en de kwaliteit van leven.
  • Valpreventie is (kosten)effectief (duiding ZIN).
  • Je krijgt als gemeente zicht op problematiek die er speelt en kan daarmee mogelijke kosten (bv in de Wmo) voor zijn door inzet van laagdrempelige en kosteneffectieve ondersteuning.
  • Er is financiering beschikbaar voor de ketenaanpak van valpreventie, gemeenten kunnen daar via de SPUK-uitkering aanspraak op maken. Voor zorgverzekeraars geldt vanaf 2024 een zorgplicht voor de onderdelen van valpreventie die in het zorgdomein liggen. 
  • Er zijn tools, instrumenten en materialen beschikbaar om je te helpen bij het implementeren.
Hoe kan het lokale veld participeren in de valpreventieketen

Multidisciplinaire samenwerking is belangrijk bij valpreventie. Kijk hier wie allemaal een rol kan vervullen. Ervaring leert dat goed functioneren van de projectgroep bevorderd kan worden door: 

  • Te beginnen met een brede vertegenwoordiging van relevante partijen om draagvlak te creëren. 
  • Gezamenlijk een doel te formuleren en vast te leggen (bijvoorbeeld op welke doelgroep richten we ons, de juiste mensen naar de juiste interventie sturen). 
  • Openheid te bevorderen over (neven)doelstellingen en de belangen van de verschillende deelnemende partijen, waardoor beter wederzijds begrip ontstaat. 
  • Uitvoerende professionals te betrekken bij het maken van praktische afspraken waardoor zij zich meer eigenaar / betrokken voelen. 
  • Het is goed als uitvoerende professionals elkaar kennen.
  • Kick-off-meeting waarbij naast (basis)kennis over evidence based-valpreventie zaken als de taakverdeling en specifieke kennis behorende bij de eigen rol aan de orde komen.
Hoe kunnen gemeenten en zorgverzekeraars de samenwerking goed opzetten?

ZN en VNG hebben in 2019 afspraken gemaakt over niet-vrijblijvende regionale samenwerking. In alle regio’s werken gemeenten en zorgverzekeraars (en zorgpartijen) al samen. De mate van samenwerking verschilt per regio, maar het is goed om daarop aan te sluiten. Concreet betekent dit, dat regionaal de preferente zorgverzekeraar in gesprek gaat met de gemandateerde gemeente. Zo kunnen zij voor de regio afspraken voor preventie maken.

In het GALA zijn de randvoorwaarden en criteria opgenomen waaraan een goede regionale infrastructuur moet voldoen (het wat). Denk bijvoorbeeld aan:

  • heldere mandaatstructuur 
  • beschikbaarheid van een onderliggend regiobeeld 
  • afspraken over gezamenlijk vaststellen van gezondheidsdoelen
  • onderlinge verantwoordelijkheidsverdeling
  • evaluatie en uitvoering 
  • financiële afspraken  

Voor goede samenwerking is een kartrekker essentieel. Vanuit zowel de kant van  de zorgverzekeraars als gemeenten zijn er regiocoördinatoren die het samenwerkingsproces begeleiden. Naast de middelen voor valpreventie is er in de SPUK-regeling ook geld voor versterking van de GGD. Een GGD kan hierdoor  ook een rol krijgen in de organisatie van de ketenaanpakken, bijvoorbeeld door een kartrekker vanuit de GGD aan te wijzen.

Welke nieuwe verbindingen kunnen gemeenten leggen?

Er zijn goede verbindingen te leggen tussen het sportakkoord (bewegen en sporten voor ouderen, inzet buurtcoach, cultuur en sport- beweegactiviteiten), verbinding met sociale basis (combineren aanpak eenzaamheid door ouderen gezamenlijk te laten bewegen) en aandacht voor ouderen in gezonde leefomgeving (veilig bewegen en ontmoeten). Veel regio’s kiezen voor een thema als Vitale ouderen en ontwikkelen hiervoor een integraal plan met activiteiten gericht op deze verschillende thema’s. Op deze pagina vindt u meer informatie over het thema Gezond en vitaal ouder worden.

Hoe creëer je draagvlak?

Door partners vroegtijdig te betrekken, creëer je draagvlak. Dit is geen eenmalige actie, maar vraagt continu aandacht. Activiteiten die bijdragen aan versterking van het draagvlak zijn:

  • Het maken van een krachtenveldanalyse: wie doet wat in de gemeente en wat is de bijdrage van eenieder in de keten?
  • Informeren en enthousiasmeren: benoem de urgentie van het probleem evenals de belangen van iedere partij en zoek de win-win-situatie.
  • In beweging brengen: sluit aan bij wat er al is, werk gezamenlijk aan een plan. Hiermee ontwikkel je een gemeenschappelijke taal. 
  • Werken aan borging: blijf op alle niveaus aandacht besteden aan draagvlak van het bestuurlijk niveau tot aan uitvoeringsniveau en borg de activiteiten in de reguliere basistaken.

Borging

Hoe borgen we het thema valpreventie intern en extern in onze gemeente?
  • Borging start al bij het opstellen van een regioplan en de integrale plannen. Zorg dat valpreventie opgenomen is in het regio- en lokale integrale plan. Belangrijk daarbij is om aan te sluiten bij wat er gebeurt in de regio en lokaal. 
  • Blijf vervolgens aandacht besteden aan de voortgang van valpreventie (of breder de activiteiten m.b.t. vitaal ouder worden). Houd het onderwerp op de agenda en communiceer over de voortgang. 
  • Financiering is voor de komende jaren goed te regelen via de SPUK-regeling en de vergoedingen uit de basisverzekering. 
  • Leg de afspraken vast zodat bij wisseling van de wacht duidelijk is wat er in de keten moet gebeuren. Monitor de voortgang en evalueer wat er wel en niet goed gaat en stuur bij waar nodig. 

Bekijk ook Borging van uw aanpak en het Webinar ‘Ketenaanpak valpreventie borgen in gemeentelijk beleid’.

Monitoring

Hoe zal de monitoring voor de ketenaanpak valpreventie er uit gaan zien?

Landelijke monitor RIVM
Valongevallen hebben grote gevolgen, zowel in persoonlijk leed als maatschappelijke zorgkosten. Dit is met name het geval onder ouderen. Om het valrisico bij ouderen te verminderen wordt er door de overheid vanaf 2023 ingezet op valpreventie waarbij er gebruik gemaakt wordt van een ketenaanpak. De ketenaanpak valpreventie richt zich op thuiswonende ouderen vanaf 65 jaar. De ketenaanpak bestaat uit vier stappen die gericht zijn op het opsporen van ouderen met een verhoogd valrisico, screenen op valrisicofactoren (valanalyse), aanbieden van interventies en doorstroom naar structureel beweegaanbod. 

In het GALA zijn twee concrete doelen geformuleerd om het valrisico te verkleinen: jaarlijks krijgt 14% van alle thuiswonende ouderen (65+) een risico-inschatting en jaarlijks volgt 3% van alle thuiswonende ouderen (65+), waarbij verhoogd valrisico is vastgesteld, een erkende valpreventieve beweeginterventie. 

Om zicht te krijgen op de stand van zaken en de opbrengsten van de ketenaanpak valpreventie wordt er door het RIVM een jaarlijkse monitor opgezet. 
Voor de monitor zal zowel data uit het verzekerd (zorg) domein als het sociaal domein gebruikt worden. Hierbij kan gedacht worden aan landelijke statistieken vanuit Vektis, CBS en VeiligheidNL. De definitieve gemeentelijke indicatoren worden mede in samenspraak met VNG (en gemeenten) vastgesteld. Onder alle gemeenten zal een zeer beperkte vragenlijst worden uitgezet. Daarnaast zal er onder enkele gemeenten aanvullende informatie over de ketenaanpak worden opgehaald. Hiervoor zal ter verdieping zowel gebruik gemaakt worden van kwantitatieve (aanvullende vragenlijst) als kwalitatieve uitvraag, zoals interviews en/of focusgroepen. Er vindt afstemming plaats met de andere GALA-monitors om administratieve lasten te beperken.

Invulling indicatoren
Met de beperkte vragenlijst is het streven om jaarlijks vanaf januari 2024 vanuit de gemeenten in ieder geval informatie te verkrijgen over:

  • Of binnen uw gemeente de valrisicotest (opsporing van een valrisico) wordt afgenomen bij thuiswonende ouderen. 
  • Het aantal thuiswonende ouderen dat een valrisicotest heeft gehad het afgelopen jaar (bijvoorbeeld tijdens een vitaliteitsbijeenkomst of andere welzijnsactiviteit). 
  • Welke valpreventieve beweeginterventies door de gemeente worden aangeboden aan thuiswonende ouderen (de erkende interventies zijn
    In Balans, Otago en Vallen Verleden Tijd).
  • Hoeveel valpreventieve beweeginterventies van In Balans, Otago, en Vallen Verleden Tijd in het afgelopen jaar zijn uitgevoerd. 
  • Hoeveel thuiswonende ouderen in het afgelopen jaar hebben deelgenomen aan een valpreventieve beweeginterventie (In Balans, Otago en Vallen Verleden Tijd). 

Vervolg
In het najaar van 2023 zal bekend worden hoe de monitor Valpreventie er precies uit komt te zien en hoe de gegevens worden uitgevraagd. Daarbij is de verwachting dat de structurele monitor Valpreventie vanaf 2024 zal gaan lopen. De uitvraag zal jaarlijks in het eerste kwartaal plaatsvinden, over het voorgaande jaar. Daarbij zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van een gecombineerde uitvraag voor de verschillende GALA-onderdelen. 

Op de hoogte blijven van ondersteuning die we bieden?

Meld je aan

Onderdeel van de Ketenaanpak Valpreventie

Lees meer

Meer over onderwerpen:

Meer voor werkvelden: