Leuk en veilig spelen op een luchtkussen

Welk kind speelt nou niet graag op een luchtkussen? De populariteit van deze opblaasbare speeltoestellen groeit, maar daardoor ook het aantal ongelukken. Vooral bij kinderen van 5 t/m 14 jaar. Terwijl deze ongevallen makkelijk te voorkomen zijn. Hoe hou je als toezichthouder het spelen leuk en veilig? In dit blog vertel ik je hier wat meer over!

Foto van Mieke Cotterink
Auteur
Mieke Cotterink

Spelen op een luchtkussen: kinderen vinden het heerlijk en het is ook nog eens goed voor ze! Het helpt ze om hun motorische en sociale vaardigheden te ontwikkelen, om hun grenzen te verleggen en risico's te leren inschatten. De groeiende populariteit van luchtkussens zorgde in de afgelopen jaren wel voor een stijging in het aantal ernstige letsels dat kinderen oplopen bij het spelen.

Voornaamste oorzaken van letsel

Jaarlijks vinden er gemiddeld 2.200 bezoeken aan de spoedeisende hulp plaats na een ongeval op een luchtkussen. In de helft van de gevallen was sprake van ernstig letsel, zoals ernstige botbreuken, verzwikkingen of hersenletsel. Het ging hierbij vooral om kinderen in de leeftijd van 5 t/m 14 jaar.

Deze ongevallen zijn eenvoudig te voorkomen. Uit diverse onderzoeken (internationaal en van VeiligheidNL) onder ouders blijken de voornaamste oorzaken:

  • Een kind komt in botsing met andere kinderen.
  • Teveel kinderen spelen op een luchtkussen.
  • Kinderen met veel onderling leeftijdsverschil spelen op een luchtkussen.
  • Kinderen vallen in of uit het luchtkussen.

Dus hoe hou je het leuk en veilig?

Schoenen uit! Dat is de bekendste regel bij spelen op een luchtkussen. Maar er zijn er meer. Hieronder lees je ze allemaal! Hier hebben we ook een leuke video en overzichtelijke poster over gemaakt, te vinden bij de ondersteuningsmiddelen

Als kinderen op een luchtkussen spelen...

… dan let ik op dat er altijd toezicht wordt gehouden.
… dan hou ik het maximale aantal kinderen in de gaten.
… dan let ik er op dat grote en kleine kinderen elkaar afwisselen.
… dan let ik op dat ze niet op de zijwanden klimmen.
… dan spreek ik kinderen aan als ze op het afstapje spelen.
… dan corrigeer ik kinderen die duiken of te wild spelen.
… dan let ik er op dat ze niet eten of drinken.
… dan kijk ik of iedereen z’n schoenen uitdoet.
… dan verbied ik scherpe voorwerpen.

Zo hou je het leuk én veilig op het luchtkussen! Makkelijker gezegd dan gedaan, hoor ik je zeggen. Daarom geef ik je graag nog wat tips voor het houden van toezicht én hoe je kinderen het beste kunt aanspreken op hun gedrag. 

Extra tips

Hoe hou je toezicht?

Er moet altijd toezicht zijn. Als toezichthouder kun je kinderen ook makkelijker aanspreken op hun gedrag.

  • Maar dat hoef je natuurlijk niet de hele tijd zelf te doen: wissel af met andere volwassenen.
  • De toezichthouder moet herkenbaar en nabij zijn. Doe voor de herkenbaarheid bijvoorbeeld een hesje aan en geef deze door als iemand anders toezicht gaat houden.
  • Hou toezicht met z’n tweeën: jullie kunnen elkaar helpen en zo hou je het ook nog leuk.
Hoe spreek je (andere) kinderen aan op hun gedrag?
  • Goed gedrag belonen: zeg tegen kinderen die het goed doen, dát ze het goed doen! Bijvoorbeeld wanneer oudere kinderen niet op het luchtkussen gaan als er jongere kinderen op spelen.
  • Keur het ongewenste gedrag altijd, duidelijk af. Benoem hierbij zoveel mogelijk het gewenste gedrag “Schoenen uit” in plaats van “Niet met schoenen springen”.
  • Het is belangrijk dat kinderen de consequenties merken als ze zich niet goed gedragen: als een kind wild blijft springen na de vraag om hiermee te stoppen, dan moet het even van het luchtkussen af (time-out).
  • Oudere kinderen kun je aanspreken op hun verantwoordelijkheid (bijvoorbeeld “Hou rekening met kleinere en jongere kinderen”).
  • Verwijs naar de speelregels. Dat is makkelijk als ze in de omgeving te zien zijn, bijvoorbeeld op een poster of stoepbord.
  • Als kinderen van verschillende leeftijden op het luchtkussen willen en ze het lastig vinden om op hun beurt te wachten, stel dan een extra regel op. Bijvoorbeeld “Iedereen springt 2 minuten, dan is een andere groep aan de beurt”.

HOU HET LEUK. HOU HET VEILIG.

Samenwerken op dit onderwerp?

Meer over onderwerpen: