Report card Kinderveiligheid

Op 12 juni zijn in 31 landen in Europa de Report Cards Kinderveiligheid verschenen. Deze rapporten geven ieder land een score voor de mate waarin meer dan 100 bewezen effectieve strategieën en beleidsmaatregelen op het gebied van de bescherming van kinderen zijn geïmplementeerd en worden gehandhaafd. Ook Nederland heeft een rapportcijfer gekregen.

In vergelijking met andere landen, scoort Nederland goed. Van de 60 punten die je als land kunt krijgen, scoort Nederland er 43,5. Daarmee behoren we tot de top. Het EU gemiddelde ligt op 35 punten. Alleen IJsland scoort hoger.

De Report Cards zijn geïnitieerd door de European Child Safety Alliance (ECSA). VeiligheidNL heeft – als lid van de Alliance - de inventarisatie voor de Report Card van Nederland gedaan. Het is de derde keer dat de ECSA met rapportcijfers komt. De Report Cards verschenen eerder in 2007 en 2009. Vergeleken met 2007 heeft Nederland in 2012 7 punten meer gekregen, in vergelijking met 2009 2 punten meer.

Wat valt op in EU?
Opvallend in de vergelijking tussen landen is de ongelijkheid waarmee beleid en maatregelen worden toegepast. Om een paar voorbeelden te noemen:

  • 13 Landen (42%) hebben wetgeving die het dragen van een fietshelm verplicht. Maar slechts 8 van deze landen geven aan dat deze wetgeving geheel ingevoerd is en gehandhaafd wordt. Nederland behoort tot de landen die geen wetgeving heeft op het gebied van fietshelmen bij kinderen.
  • Geen enkel land heeft wetgeving die zegt dat kinderen tot 4 jaar in de auto achterwaarts vervoerd moeten worden in een autostoeltje. In een land als Zweden is het vervoeren van kinderen tegen de rijrichting in al wel gebruikelijk. Dit zien we terug in de cijfers. Zweden heeft vrijwel geen dodelijke ongevallen meer in de groep jonge kinderen die vervoerd worden als passagier.
  • 7 Landen hebben een wetgeving op het gebied van afscherming van private zwembaden. Maar alleen Frankrijk heeft deze wet geheel geïmplementeerd en handhaaft er ook op.
  • 15 Landen (48%) hebben wetgeving op kinderveilige verpakking van medicijnen. Drie van deze landen geven aan dat deze wet nog niet gehandhaafd wordt.
  • 16 Landen (52%) hebben wetgeving ter preventie van valongevallen uit ramen van gebouwen met meer dan een verdieping. Maar in meer dan de helft van deze landen geldt deze wetgeving alleen voor nieuwe gebouwen of gebouwen die gerenoveerd worden.

Wat valt op in NL?
Wat opvalt voor Nederland is dat we op 5 van de 12 punten waarnaar gekeken is vooruit zijn gegaan in vergelijking met 2007 en 2009. Met name op het punt van preventie van valongevallen, is de stijging van de score groot. Dit is mogelijk te danken aan de campagne ‘Vallen van hoogte’ die VeiligheidNL gevoerd heeft in 2009 en 2010. Nederland scoort relatief laag op waterveiligheid en preventie van verdrinking. Hoewel de fietsveiligheid in Nederland redelijk goed is, is de score toch gedaald in vergelijking met de vorige Report Card. Dit ligt vooral aan het ontbreken van wetgeving in ons land op het gebied van verplichting van fietshelmen. Verder zou Nederland zich kunnen verbeteren op het gebied van passagiersveiligheid in auto’s en de preventie van verbranding en verstikking. Op deze punten scoren we lager dan op de andere punten.

Nog lang niet klaar
Ondanks de goede score en alle inspanningen laat Nederland nog steeds veel kansen onbenut om onze kinderen beter te beschermen tegen ongevalsrisico’s. Verbeteringen zijn te halen voor wat betreft preventie van verdrinkingsongevallen, verstikking en verbranding. Ook op het gebied van veilig vervoeren van kinderen in de auto is ruimte voor verbetering. Zo zijn er in Nederland minder kinderveiligheidsmaatregelen in de wet verankerd dan in vooruitstrevende landen op dit gebied. Denk bijvoorbeeld aan afscheidingen rondom zwembaden of verplicht schoolzwemmen of een wettelijke verplichting voor kinderveilige verpakkingen van medicijnen of een maximum temperatuur van 50 graden Celsius van heet water uit de kraan in woningen.

Maar ook buiten de wettelijke maatregelen is er veel te winnen. Voor de allerjongsten moeten we inzetten op bescherming: zorgen dat ze opgroeien in een veilige omgeving en ouders/verzorgers in staat stellen de juiste maatregelen te nemen (gebruik van traphekjes, vermijden van koordjes / producten waarin kinderen kunnen stikken, continu toezicht houden in bad / op de commode, achterwaarts correct geplaatste kinderzitjes in de auto, etc.). Vanaf de basisschoolleeftijd wordt de wereld groter en is de combinatie van belang van bescherming (fietshelm, spaakafscherming) en training van fysieke vaardigheden om letsels te voorkomen (fietsvaardigheden, zwemlessen, valtraining). Vanaf het begin van de pubertijd kan daar cognitieve training aan toegevoegd worden om jongeren te leren bewust om te gaan met risico’s (ongevallen, alcohol, drugs).

Downloaden

Report card Nederland download pdf
Pofiel Nederland download pdf