Een rugdrager is een rugzak met een frame en een ingebouwd stoeltje voor een kindje. Zodra een baby een maand of acht, negen is, wordt hij meestal te zwaar voor een draagzak. Vanaf die tijd biedt een rugdrager uitkomst. Een vereiste is wel dat uw kind zelfstandig kan zitten. Een rugdrager kan worden gebruikt tot uw kindje ongeveer drie of vier jaar is.
Kooptips
- Koop een rugdrager die voldoet aan de Europese norm voor rugdragers is NEN-EN 13209-1
- Het kind moet voldoende steun in de rug krijgen.
- Het kind moet niet te ver opzij kunnen gaan hangen.
- Pas verschillende modellen, het liefst met uw kind erin. Een rugdrager met een verstelbaar zitje heeft de voorkeur.
- Een goede rugdrager laat voldoende ruimte vrij voor armen en benen.
- Kijk of het gewicht van uw kind minder is dan het maximale gewicht van de rugdrager.
- Probeer in de winkel of de rugdrager alleen aan en af is te doen. Kijk of de sluitingen makkelijk te openen zijn, het liefst met één hand.
- Een rugdrager met een heupband zorgt ervoor dat niet al het gewicht op de schouders rust, zorgt dat het stoeltje stabiel zit en zorgt dat het stoeltje niet opwipt tijdens het lopen. De heupband moet om het bekken zitten, niet halverwege de rug.
- Kijk of de rugdrager op de grond kan blijven staan als het kindje erin zit.
Bij het kopen van een tweedehands rugdrager
- Kijk of de bekleding/stof en vooral de stiksels niet stuk of versleten zijn.
- Kijk of de schouderbanden nog goed vastzitten.
- Kijk en probeer of het verstelmechanisme nog goed werkt
- Kijk of het frame niet verbogen is, dat geeft zwakke plekken in de constructie
- Kijk of de zitting nog goed vastzit aan het frame.
Gebruikstips
- Gebruik een rugdrager vanaf het moment dat uw kindje goed zelfstandig kan zitten (6-9 maanden).
- Maak in het begin geen lange wandelingen met uw kind in de rugdrager.
- Een kind wordt moe in een rugdrager, neem daarom regelmatig een pauze en haal uw kind dan uit de drager.
- Hou de temperatuur in de gaten. De zon is gauw te warm op het hoofdje van uw kind en als het koud is, is het snel te koud voor een stilzittend kindje. Controleer regelmatig hoe uw kind zich voelt.
- Laat uw kind niet alleen in de rugdrager, gebruik het stoeltje niet als kinderstoel, daar is het niet stabiel genoeg voor.
- Let erop dat uw evenwichtspunt verandert bij het dragen van een rugdrager.
- Zet een kind altijd vast met het tuigje. Het tuigje zorgt ervoor dat uw kindje niet op kan staan of uit de rugdrager kan vallen.
- Wees extra voorzichtig met vooroverbuigen, bukken of leunen.
- Let op bij lage doorgangen, uw kind zit hoger dan u en stoot eerder zijn hoofd.
- Draag uw kind niet in een buik of rugdrager tijdens het koken, op de fiets, in de auto, op de motor of tijdens het sporten (bijvoorbeeld skaten).
- Oefen eerst met omdoen, afdoen, openen, sluiten en eventueel knopen zonder kind.
- Let er bij elk gebruik op of de sluiting goed dicht klikt.
- Gebruik de rug of buikdrager niet als de banden kapot of versleten zijn.
- Til de rugdrager altijd op aan de banden, vlakbij het frame, anders kan de drager omvallen.
- Let op dat er geen vingers bekneld raken tussen het frame.
