home | wegwijzer | contact | winkelwagen | RSS

Kinderwagens

Er zijn veel soorten kinderwagens en wandelwagens te koop. Een kinderwagen is een wagen met platte bak voor baby’s van 0 tot ongeveer 6-9 maanden. Een wandelwagen is een wagen met een zitje. Deze is bedoeld voor kinderen die al kunnen zitten. Een combiwagen gebruikt u eerst als kinderwagen en later als wandelwagen. Maar welke kiest u dan?

Kinderwagen (geschikt van 0 tot ongeveer 6-9 maanden)

De bak van de kinderwagen kan vaak gebruikt worden als reiswieg, maar is meestal niet geschikt voor vervoer in de auto. Een kinderwagen met een grote bak is het meest comfortabel voor uw kind. Stap over op een wandelwagen als uw kindje goed kan zitten.

Wandelwagen (geschikt vanaf ongeveer 6 à 8 maanden tot ongeveer 4 jaar)

Grote wandelwagens zijn door de goede vering en ruime zit comfortabel. Ze kunnen lang gebruikt worden. De rugleuning van de wandelwagen is in meerdere standen verstelbaar en heeft meestal een ligstand. Vaak zit er ook een boodschappenrek onder de zitting.

Buggy’s zijn licht en kunnen, als een paraplu, klein opgevouwen worden. Ze hebben vaak kleine wielen en een korte en smalle zit, waardoor ze niet echt comfortabel zijn voor uw kindje.

Combiwagen (geschikt vanaf 0 maanden tot ongeveer 4 jaar)

De combiwagen doet eerst dienst als kinderwagen en later als wandelwagen of wandelwagenbuggy. Een combiwagen bestaat meestal uit een onderstel met daarop een afneembare reiswieg en later een afneembaar zitje. Soms kan de bak van de kinderwagen omgebouwd worden tot het zitje van de wandelwagen.
Het is vaak mogelijk om op een combiwagen een autozitje te plaatsen. Goed om te weten: een autozitje is niet bedoeld voor langdurig gebruik. Voor de veiligheid in de auto zijn deze zitjes zo gemaakt dat een baby met een kromme rug ligt en weinig bewegingsvrijheid heeft. Voor de motorische ontwikkeling van de baby’s is het beter als ze platliggen, zodat ze kunnen bewegen.

Accessoires

Een kinder-, wandel- en combiwagen kunnen vele accessoires hebben, bijvoorbeeld:
  • Wagenspanner: speelgoed dat boven een wandelwagen of in een box kan worden gespannen door middel van elastische koorden of gewone linten.
  • Voetenzak: een gevoerde zak die aan de wandelwagen bevestigd wordt waarin de benen van het kind tijdens koud weer warm zitten.
  • Voetenplank / kinderplank: een plank met wielen die aan de kinderwagen bevestigd kan worden en waarop een iets ouder kind (vanaf ongeveer 2 jaar) kan staan en dan niet hoeft te lopen.

Kooptips

  • Koop bij voorkeur een kinderwagen die voldoet aan Europese norm: NEN-EN 1888.
  • Koop alleen een wagen met een goede en duidelijke gebruiksaanwijzing. Vraag de verkoper om te laten zien hoe de wagen werkt.
  • Probeer de wagen in de winkel zelf uit; inklappen, rijden, bochten, drempels, hoogte duwstang.

Tweedehands kinder- of wandelwagen

Voor een tweedehands kinder- of wandelwagen hebben we de belangrijkste punten uit de Europese norm voor u op een rijtje gezet:
  • De wagen moet stabiel staan, ook als uw kind over de rand hangt of als er een ander kind aan de kinderwagenbak trekt of op de voetsteun gaat staan. Let hier extra goed op bij een wandelwagen met drie wielen waarvan het voorste wiel een zwenkwiel is.
  • De rem moet op minimaal twee wielen werken en gemakkelijk te bedienen zijn. Hiervoor moet hij aan de kant van de duwstang zitten. Als de wagen op de rem staat, moet u er tegenaan kunnen duwen zonder dat hij losschiet of een heel eind verplaatst. Probeer dit uit.
  • De wagen moet een hoofdvergrendeling en een beveiliging hebben, zodat hij nooit plotseling in elkaar kan klappen.
  • Wagens waarbij de duwstang kan worden versteld, (hoogte en/of rijrichting) moeten minstens één automatische vergrendeling hebben. Test de duwstang door er een paar keer aan te trekken.
  • De wagen mag geen gaten hebben waarin een kindervinger bekneld kan raken.
  • De wagen mag geen scherpe en kleine onderdelen hebben. Let ook op de accessoires die u erbij koopt, zoals een zonnescherm of een parasolletje.
  • Als de wagen zwenkwielen heeft, moet u die ook kunnen vastzetten.
  • Bij combiwagens zijn minstens twee handelingen nodig (of grote kracht) om de reiswieg of het zitje eraf te halen.
  • De onderkant van de kinderwagenbak moet minstens 50 cm boven de grond zitten om te voorkomen dat uw kindje teveel uitlaatgassen inademt.
  • Het zitje van de wandelwagen moet minstens 40 cm boven de grond zitten.
  • In het zitje van de wandelwagen moet een tuigje zitten, met gordeltjes over de schouder.

Gebruiktips

  • Maak de wagen rijklaar, doe de rem erop en zet dan pas uw kind erin.
  • Zet uw kindje in de wandelwagen direct vast, ook als u de voetenzak gebruikt.
  • Laat een kind niet alleen in de wagen.
  • Zet de wagen, als hij stilstaat, altijd op de rem.
  • Hang geen zware tas aan de duwbeugel. Gebruik liever een mandje onder de wagen.
  • Klap de wagen niet in of uit als uw kind er vlak naast staat.
  • Hou uw kind altijd in de gaten. Let ook op de handjes, als deze ‘buitenboord’ hangen.
  • Controleer de wagen regelmatig op mankementen en onderhoud hem goed.

Speciaal voor kinderwagens geldt:
  • Doe de kap van de kinderwagen pas omhoog als uw baby erin ligt.
  • Doe bij windstil weer of binnenshuis de kap omlaag voor voldoende ventilatie.
  • Als u een regenscherm gebruikt, controleer dan of er genoeg ventilatie is.
  • Zorg dat uw baby het in de kinderwagen niet te warm heeft: zet uw baby niet lang in de volle zon maar gebruik een parasol en zet de wagen ook niet te dicht bij een verwarming.
  • Breng in de zomer muggengaas aan op de wagen als uw baby in de tuin ligt en er wespen of bijen in de buurt zijn. Bevestig de klamboe zo, dat uw baby er niet bij kan.
  • Gebruik het zitje pas als uw kindje zelf kan zitten. Vervoer uw kind daarvoor zo plat mogelijk in een kinderwagenbak.
  • Als een kind kan gaan zitten, is de reiswieg niet diep genoeg en daardoor niet veilig meer. Stap dan over op het wandelwagenzitje.