Buikdrager is de verzamelnaam voor alle dragers waarbij het kindje aan de voorkant gedragen wordt, er zijn verschillende types:
- Draagzak, waarin uw baby rechtop gedragen wordt: Uw baby kan ofwel naar de dragende persoon kijken of naar voren. Let erop dat de eerste weken het hoofdje en de wervelkolom van uw baby goed worden ondersteund.
- Draagzak, waarin uw baby horizontaal gedragen wordt: Uw baby ligt in deze draagzak in een foetale houding.
- Draagdoek, waarin uw baby rechtop gedragen wordt: Uw baby kan op verschillende manieren worden gedragen: op de buik, rug en zij. Een draagdoek is een doek, die door de drager zelf over de schouders kan worden geknoopt. Belangrijk is dat dit op een correcte, in de gebruiksaanwijzing beschreven manier gebeurt.
Kooptips
- Als u een draagzak koopt, waarin uw baby rechtop gedragen wordt, zorg dan dat deze voldoet aan de Europese norm voor buikdragers: NEN-EN 13209-2. (Voor de andere twee typen dragers bestaat nog geen norm). Daarin staat onder andere dat de beenopeningen niet te groot mogen zijn, zodat het kindje als het met twee benen in één opening zou komen, niet door het beengat heen kan glijden.
- Uw baby moet voldoende steun in de rug en aan het hoofd hebben, een jonge baby kan zijn hoofd namelijk nog niet goed zelf rechtop houden.
- Een baby moet niet opzij kunnen gaan hangen.
- Laat voldoende ruimte vrij voor armen en benen, ze mogen niet klem zitten.
- Pas in de winkel verschillende modellen, het liefst met uw kindje erin.
- Probeer in de winkel of de draagzak met één hand op en af te doen is, met de andere hand kunt u dan uw kindje ondersteunen.
- De buikdrager moet in hoogte verstelbaar zijn.
- Let extra goed op alle bovenstaande tips.
- Kijk of de stof en vooral de stiksels niet stuk of versleten zijn.
- Kijk of de schouderbanden nog goed vastzitten.
- Kijk en probeer of het verstelmechanisme nog goed werkt.
Gebruiktips
Voor alle buikdragers geldt:
- Let erop dat uw kindje altijd vrij kan ademen.
- Draag uw kind nooit onder een dichte jas. Als een kindje onder een jas wordt gedragen, moet het gezichtje altijd boven de jas uitkomen.
- Wees extra voorzichtig met het gebruik van een buikdrager bij te vroeg geboren kindjes, zij hebben meer moeite om genoeg zuurstof op te nemen.
- Hou de temperatuur in de gaten. De zon is gauw te warm op het hoofdje van een kind en als het koud is, zit uw kindje stil en kan het snel koud krijgen. Controleer regelmatig hoe uw kindje zich voelt.
- Oefen eerst met omdoen, afdoen, openen, sluiten en eventueel knopen zonder kind.
- Een buikdrager zit op de juiste hoogte als de drager het kindje een kusje op zijn hoofdje kan geven.
- Let er bij elk gebruik op of de sluiting goed dicht klikt.
- Gebruik de buikdrager niet als de banden kapot of versleten zijn.
- Let erop dat uw evenwichtspunt verandert bij het dragen van een buikdrager.
- Wees extra voorzichtig met vooroverbuigen, bukken of leunen.
- Met een buikdrager ziet u niet waar u uw voeten neerzet, let extra op om niet te struikelen.
- Maak in het begin geen lange wandelingen met uw kindje.
- Draag uw kind niet in een buikdrager tijdens het koken, op de fiets, in de auto, op de motor of tijdens het sporten (bijvoorbeeld skaten).
- Zorg dat u de draagdoek op correcte wijze knoopt, volg de gebruiksaanwijzing.
- Houd altijd zicht op je baby, bedek het niet volledig met de doek.
- Controleer bij een knoopdoek de knoop regelmatig.
